maart 2017 - Mensenwerk

In China is alles anders

Architect Niels Kranenburg en business developer Shuying Lin reizen voor Inbo heen en weer tussen Nederland en China. Wij vroegen hen hoe het is om daar te werken en wat de verschillen zijn met Nederland. Waar het eigenlijk op neer komt: álles is anders. 

Niels vertelt: “Een groot verschil is de continuïteit van het werk. Waar in Nederland alles keurig op volgorde gaat, verlopen dingen in China vrij ad hoc. Het is daardoor heel chaotisch. Althans, zo lijkt dat, inmiddels herkennen wij de patronen wel.” Opdrachtgevers gedragen zich in China heel hiërarchisch. Shuying: “Je geeft presentaties aan tussenpersonen, die jouw verhaal vervolgens doorvertellen aan hun baas. Terwijl je je verhaal natuurlijk liever direct aan de decisionmaker, de ‘big boss’, wilt vertellen. Je moet je als het ware omhoog werken voor je die baas wél kan ontmoeten. Dat doe je in China onder andere door met je klanten te eten en drinken.” Niels voegt eraan toe: “De sociale component in de zakelijke relatie is veel groter dan we in Nederland gewend zijn.” 

Als je succesvol wilt zijn in China, is fysieke aanwezigheid een voorwaarde. Het tijdsverschil met Nederland in combinatie met ad hoc verlopende processen, maakt dat het ook bijna niet anders kan als je echt wilt meedoen. Niels vervolgt: “Werken in China voelt als spelen in de Champions League; het vraagt om lenigheid en past niet bij iedereen. Nu wij het spel door hebben en echt interessante opdrachten krijgen geeft dat wel een enorme kick. Bijvoorbeeld het SOHO project in Guangzhou waar we nu aan werken. Daar was de uitdaging om binnen een strikt ruimtelijk kader meer dan 1.000 wooneenheden optimaal te organiseren en een onderscheidende uitstraling te creëren. De schaal en omvang van dit soort plannen in combinatie met een hoge snelheid en ad hoc proces dagen je inhoudelijk maximaal uit. En dat is heel leuk.” En nog veel bevredigender als dezelfde opdrachtgever je voor een volgende vraag weer weet te vinden. 

Shuying: “In China moet je je voldoening uit andere dingen halen dan je in Nederland zou doen. Bijvoorbeeld juist uit de bizarre context waarin je daar werkt en leeft en uit het feit alleen al dat je aan projecten van een voor Nederland ongekende omvang werkt. We werken nu aan de kans om een toren van 200 meter hoog te maken. Dat maakt het echt de moeite van al het reizen waard.”