Vooroorlogse woningen renoveren en inbreiden

Diversiteit, verduurzaming, wooncomfort en betaalbaarheid

25-03-2021

Nederland staat voor een enorme woningopgave. Voor 2030 moeten er een miljoen woningen bijkomen in ons land. Alleen nieuwbouw toevoegen is een te eenzijdige oplossing. Als multidisciplinair architectenbureau zitten wij aan tafel met investeerders, corporaties, beleidsmakers, bewoners en gebruikers. We horen wat er speelt, zien waar het vastloopt, bevragen de grenzen van onze eigen verantwoordelijkheid en we praten over mogelijke oplossingen. Om de enorme opgave tot een positief resultaat te brengen moeten er grote veranderingen plaatsvinden in het huidige systeem, binnen de bouwsector en in de manier van samenwerken. Met oog voor betaalbaarheid, investering, sociale aspecten en duurzaamheidsdoelen. Daarom zoomen we hier in op één onderwerp binnen het complexe geheel en kijken naar de problemen en mogelijke oplossingen rondom de vooroorlogse woningvoorraad.

Vraagstukken rondom vooroorlogse woningen zijn minder eenduidig dan problematiek met naoorlogse huizen, maar niet minder urgent. Deze veelal geliefde huizen zijn aantrekkelijk van buiten en staan op populaire plekken in de stad. Ondanks dat dit geen homogene groep is, delen vooroorlogse huizen vaak zowel problemen, als ook de solide bouwwijze met gemetselde gevels en houten vloeren die verandering mogelijk maken.

Het probleem met de vooroorlogse woningvoorraad
Alle Nederlandse steden hebben hetzelfde probleem: vooroorlogse woningen hebben ingrijpende renovaties en dus hoge investeringen nodig. In Nederland dreigen de komende 10 jaar 1 miljoen te verzakken. Corporaties zitten met grote aantallen woningen waar funderingsherstel noodzakelijk is. Bewoners willen vernieuwing voor comfort en duurzaamheids-richtlijnen eisen het. Voordat we hiermee aan de slag gaan is het zinvol om ons af te vragen hoe we wijken maken die ook voor de toekomst interessant zijn. Nieuwbouwhuizen worden steeds kleiner en missen daarmee groeimogelijkheden en flexibiliteit voor bewoners. Sociale context wordt vanwege snelheid en druk van (lokale) overheden vaak genegeerd. Het resultaat van deze manier van werken is eenzijdige wijken voor een eenzijdige groep bewoners. Zo bouwen we niet aan inclusieve buurten maar creëren we het probleem van de toekomst.

Wij als architecten, stedenbouwkundigen en engineers willen samen met bewoners en corporaties af van alleen maar dezelfde eentonige wijken voor een beperkte groep bewoners. Bovendien zijn bij huizen van voor de tweede wereldoorlog eerdere renovaties vaak niet hoogwaardig uitgevoerd. Er zijn nieuwbouwtarieven nodig om dit te herstellen. Alleen de fundering aanpakken voor twee ton per woning voelt als weggegooid geld omdat bewoners hier geen woonkwaliteit voor terug krijgen. Zonder renovatie en differentiatie verdwijnt dit geld letterlijk in de bouwput. We zien dat corporaties vastlopen op dit vraagstuk. Ondanks dat eerdere restricties van de overheid voor corporaties inmiddels zijn opgeheven wat eigenaarschap tonen op dit onderwerp wel degelijk mogelijk maakt. Zo is er in deze wijken vaak sprake van gemengd bezit. Als corporaties dit probleem samen met de particulieren eigenaren aanpakken wordt de oplossing betaalbaarder en is differentiëren mogelijk.  

Vooroorlogse huizen verdienen meer dan sloop
Willen we onze steden goed houden, en het liefst beter maken, dan moet dit onderwerp bovenaan de agenda’s van gemeentes en corporaties staan. Buurten maken is immers ook buurten behouden. Naar onze mening verdienen deze woningen een goede analyses, beleidsmatige en architectonische aanpak. Een aanpak die de woningen ook klaar maakt voor de naderende energietransitie en die we verweven met een sociale aanpak. Laten we de renovaties combineren met leefbaarheidsvraagstukken en vanaf de start onderdeel maken van het proces.

Momenteel is dit maar een klein onderdeel van ons werk terwijl we veel potentie zien om bij te dragen. Als ontwerpers bieden we een andere invalshoek. We doorzien het krachtveld en snappen hoe het spel gespeeld wordt. De problemen overstijgen schaal, zowel op strategisch als projectmatig vlak. Wij zijn goed in oplossen. Door ontwerp steeds op een andere manier in te zetten kunnen we schijnbaar onmogelijke begrotingen rond krijgen en werkelijk het verschil maken in buurten. Dit kan alleen door samen te werken met bewoners, gemeentes en corporaties.

Renovatie combineren met inbreiding en energietransitie
Bij een renovatie willen we meer doen dan alleen op peil brengen. Vooroorlogse woningen toekomstbestendig maken kan alleen door kwaliteit en volume toe te voegen en ze mee te nemen in de energietransitie. Van corporaties horen wij vaak dat vooroorlogs herstel geld in de grond stoppen is zonder waarde te verhogen. Als we renovaties combineren met de aanleg van een collectief aardwarmte systeem maken we gelijk een verduurzamingsslag. Bovendien leent het casco van vooroorlogse woningen zich goed voor inbreiding en aardwarmte. De gedegen bouwwijze met gemetselde gevels, verhoging aan de straatkant en houten vloeren maken verandering en meters toevoegen mogelijk. Bijvoorbeeld via optoppen, onderkeldering of uitbreiding aan de achterkant. Particulieren doen dit al op grote schaal.

Wanneer noodzakelijk funderingsherstel gecombineerd wordt met dergelijke inbreiding en een alternatief voor stadsverwarming met gas, voegen we wél waarde en diversiteit toe en is de businesscase ook rond te maken. Het is nu de beurt aan de gemeentes, corporaties en energiebedrijven om deze stap te nemen. Binnen enkele jaren moet ook de bestaande voorraad verduurzaamd zijn en dat vraagt om een grootschalige aanpak. Geothermie kan daar een oplossing voor bieden omdat het werkt via de bestaande infrastructuur van stadsverwarming.

Dierbare wijken met slimme woningen
Vooroorlogse blokken hebben een dierbaarheid die maakt dat er meer maatschappelijk draagvlak is voor rigoureuze aanpassingen dan bij bijvoorbeeld jaren ’60 en ’70 bouw. De vraag is wel hoe tijdgebonden dit waardeoordeel is. Feit blijft dat bouwkundig gezien bij vooroorlogs huizen toekomstwaarde creëren eenvoudiger mogelijk is dan bij goedkoper geproduceerde woningen van na de oorlog.

Deze manier van renoveren biedt kansen voor de corporaties. Inbreiden wordt interessant als het maatschappelijk onacceptabel is om honderden miljoenen in de grond te stoppen zonder dat daar verbeterde kwaliteit, verduurzaming of extra woningen tegenover staan. Dan verandert een eenpersoons appartement in een eengezinswoning en kunnen gezinnen in de stad blijven wonen wat gewenste diversiteit oplevert. Met deze combinatie wordt maatschappelijk geld beter besteed, krijgen bewoners meer wooncomfort, meer vierkante meters, een extra slaap- of werkkamer of een berging. Ook zetten we op grote schaal stappen om van het gas af te gaan. Als ontwerpers kunnen we advies geven over verandering van het programma in de tijd en de technische uitwerking doen. Typologie studies geven inzicht in hoe we slimmere woningen kunnen maken in de bestaande casco’s om het financieel rond te krijgen en tegelijk een duurzame, toekomstbestendige woning te maken waar bewoners prettig wonen. Een voorwaarde is wel dat er niet alleen een duurdere categorie huizen voor terug komt.

Bij ingrijpende renovaties als funderingsherstel en inbreiding blijven bewoners niet in hun huis en komen soms zelfs niet meer terug. Dit veroorzaakt een herhuisvestingsopgave waardoor er minder huizen vrij zijn voor nieuwe bewoners. Het is een complexe opgave. Ook dit is in handen van de corporaties, al kunnen wij wel ondersteunen in het proces. Door samen met bewoners te praten over het gewenste programma voor een buurt brengen we wensen en gebreken in kaart. Het helpt bij het zien van sleetse plekken in een wijk waarbij vaak niet duidelijk is wie waar over beslist. Dergelijke trajecten resulteren in meer diversiteit in woningen, in inkomens van bewoners, betere faciliteiten, maar ook bijvoorbeeld plekken voor volwassen kinderen om terug te keren naar hun geboortebuurt.

De rol van de woningcorporatie
Corporaties zitten in een lastige positie: ze worden afgerekend op duurzaamheid, particulier bezit in buurten en demografische cijfers. Het is tijd dat zij hun opdrachtgeverschap opnieuw definiëren en hun aandeel nemen in de opgave. Nu blijven goede plannen vaak liggen bij gemeentes en corporaties. We zien dit in Amsterdam en in Rotterdam gebeuren waar door cultuurhistorische beperkingen hoogwaardige plannen geschrapt worden In Nederland zijn alle processen zo dichtgetimmerd met voorwaarden en beleid dat er geen ruimte is voor initiatief. Alle partijen zitten vast in hun eigen afwegingskader. Het is zaak om meer snelheid in het systeem te krijgen en meer samenhang te creëren door van sectoraal werken naar een integrale aanpak te gaan. Met vruchtbare samenwerkingen als resultaat.

Door rondom dit thema bewustzijn te creëren wordt het afwegingskader helder en komen alternatieven in beeld. Om alles bij elkaar te brengen is het noodzakelijk een brug te slaan tussen de gemeente, bewoner en corporatie. Als architect reiken we slimme voorbeelden aan en denken graag mee om de gigantische verantwoordelijkheid die er ligt te delen én aan te pakken.

Inbreiding toepassen en opschalen
Bij Inbo zien we inbreiding als een deel van de oplossing. Wij werken het liefst vanuit de praktijk en zijn al begonnen. Maar we kunnen en willen meer doen om het probleem rondom de vooroorlogse woningvoorraad grootschalig aan te pakken. Dus hierbij een oproep aan onze collega corporaties, investeerders, energiebedrijven, bouwbedrijven en gemeentes: wie sluit aan om de vooroorlogse woningvoorraad weer relevant, bewoonbaar en verhuurbaar te maken? Wie nodigt ons uit in de wijk om dit probleem samen aan te pakken?

Meer informatie: Bert van Breugel, Angelique Bellemakers