Jacques Prins met pensioen

Na 31 jaar als architect bij Inbo

03-12-2021

Na 31 jaar bij Inbo gaat architect en partner Jacques Prins eind dit jaar met pensioen.

En Jacques, kijk je uit naar je ‘nieuwe leven’?
Jawel, al gaat het zeker gepaard met een dubbel gevoel. Voor mij is werk altijd meer geweest dan alleen een baan: van jongs af aan wilde ik al architect worden. In 1990 begon ik bij Inbo. Het was in die tijd bijna onmogelijk om als architect werk te vinden. Mede daarom werkte ik de eerste zes jaar na mijn studie voor de Rijksoverheid, onder andere aan energiebesparing in de woningbouw wat nu natuurlijk ook heel actueel is.

Waarom past Inbo bij jou, of jij bij Inbo?
Ik wilde bij een groot bureau werken omdat ik het liefst in de breedte van de maatschappij opereer. Daarnaast hou ik van de dynamiek en het onverwachte bij Inbo. Zo raakte ik begin 2000 bij de High Tech Campus in Eindhoven betrokken. Het project breidde snel uit waardoor ik een van de hoofdkantoren op de campus heb mogen ontwerpen. Deze kans had ik bij een klein kantoor nooit gekregen. Schaal en impact van je werk op mensen zijn belangrijke thema’s voor mij.

Wat is je ontwerpstijl als architect?
Ik heb niet een heel herkenbaar handschrift; het zit bij mij meer in de werkwijze. Ik kijk altijd open minded naar een opgave en verval nooit in routine. Dat zie je ook bij het museum dat ik recent heb ontworpen: Kamp Amersfoort. De opdrachtgever vroeg alleen om een nieuw museum: alles lag nog open. Als architect heb ik dan de rol van verbinder tussen alle partijen. Van de landschaps- en interieurarchitect tot de museumdeskundige, de opdrachtgever, het bestuur en de collega’s bij Inbo. Het is een zinvolle rol waarvan je het resultaat terugziet in het uiteindelijke ontwerp.

Welke projecten uit die 30 jaar zijn je bijgebleven?
Dat zijn grotere projecten zoals het hoofdkantoor van NXP in Eindhoven en bijvoorbeeld Vinex-locaties als Leidschenveen, Vroonermeer in Alkmaar en Weidevenne in Purmerend. Maar ik kijk ook met trots terug naar een klein gemeentehuis in Waddinxveen of de zeven woningen die ik alweer 20 jaar geleden maakte in Bentveld. Ik haal net zoveel plezier uit een klein project als uit grotere, omdat ik door mijn werk steeds inkijkjes krijg in totaal andere werelden. Van de bankenwereld tot die van woningbouwverenigingen: dat houdt het interessant.

Hoe heb je je ontwikkeld bij Inbo?
Ik blijf altijd naar buiten kijken en met mensen praten. Zo wordt het nooit saai. Daarnaast duik ik voor elk project in de materie. Ik ga regelmatig op reizen en excursies en plan mijn vakanties rond de thema’s die in mijn werk opkomen. Door Kamp Amersfoort ben ik me bijvoorbeeld meer gaan verdiepen in plaatsen van herdenking. Bij een herdenkingsplaats in Letland realiseerde ik me dat er online nauwelijks informatie was. Ik benaderde uitgeverij NAI010 en nu ligt mijn boek Architectuur en herinnering in de winkels. Binnen Inbo krijg je de gelegenheid om dit soort projecten te doen.

Wat zijn je plannen voor je pensioen?
Je kunt het architectenvak op verschillende manieren uitoefenen. Zoals bij Inbo in de praktijk met collega’s. Maar je kunt ook kennis vergaren door literatuur, via een vervolgstudie of door expertise over te dragen aan anderen. Ik ga bijvoorbeeld in het bestuur van Architectura et Amicitia waarmee ik architectuurexcursies organiseer. Ook begeleid ik een student aan de Academie van Bouwkunst die me naar aanleiding van mijn boek benaderde.

Daarnaast heb ik mijn ouderlijk huis in Heiloo gekocht. Ik ontwierp het in 1987 voor mijn ouders. Samen met mijn vrouw Carla gaan we het verbouwen en er in wonen: daar hebben we veel zin in!