Interview met Jacques Prins

boek: Architectuur en Herinnering

03-05-2021

Jacques Prins, architect en partner bij Inbo ontwierp samen met Tinker imagineers en Juurlink [+] Geluk het Nationaal Monument Kamp Amersfoort en is auteur van de publicatie Architectuur en Herinnering. Naoorlogse Europese Herdenkingsplekken.

Jacques Prins staat in zijn recent gepubliceerde boek Architectuur en Herinnering stil bij plaatsen van herinnering. In het boek brengt hij 42 Europese naoorlogse periode plekken samen in tekst, plattegronden en foto’s. Zonder te reconstrueren draagt hij een gevoel van beklemming en onthechting over op de lezer. Jacques geeft hiermee een beeld van de ontwerpstrategie die de verschillende ontwerpers in de loop van de tijd hebben ingezet.

Jacques, waar komt je fascinatie met dit onderwerp vandaan?

Al in 2014 kreeg Inbo de opdracht voor de uitbreiding van Kamp Amersfoort waar we eerder een informatie- en educatiepaviljoen creëerden. Vanaf dat moment ben ik intensief met het onderwerp bezig geweest. Ik noem het intensief, want het is een onderwerp dat je niet makkelijk loslaat. Sinds die tijd bezoek ik plekken van herinnering. De afgelopen vijf jaar enkele nabijgelegen plekken zoals Bergen-Belsen en Kamp Westerbork, om te ervaren hoe andere architecten met dit onderwerp omgaan. In 2019 was ik met mijn vrouw Carla op vakantie in Litouwen en Letland en bezochten we een memorial op de plek van een voormalig concentratiekamp bij Riga. Dat maakt veel indruk. Ik zei tegen haar – zij is vertaler en redacteur - : “Hier zit een boek in.” Ik stuurde een opzet naar uitgeverij nai010. Na hun enthousiaste reactie maakten we in de zomer van 2020 een lange reis door Europa langs herinneringsplaatsen (voor zover coronamaatregelen dat toelieten).

Daarnaast heb ik een persoonlijke connectie met Bosnië. Mijn zus woont al 30 jaar is Sarajevo. Zij woont en werkt daar voor de VN sinds de oorlog. Hierdoor was ik tien jaar geleden in Srebrenica. Dat zette me enorm aan het denken. De tweede wereldoorlog is meer dan 75 jaar geleden, maar in de jaren 90 vond daar ook een genocide plaats. De plekken die ik beschrijf zijn een waarschuwing dat zoiets opnieuw kan gebeuren. Bij Kamp Amersfoort komt deze link met de actualiteit in de tentoonstelling terug in de vorm van hedendaagse dilemma’s, bijvoorbeeld over ons vluchtelingebeleid.

Zie je overeenkomsten in de plekken die je bezocht?

Over het algemeen zijn alle complexen heel sober vormgegeven met een verstilde sfeer. Je merkt dat architecten zich door de stemming van de plek laten inspireren. Daardoor heerst er een mate van terughoudendheid en soberheid. Veel architecten bieden de mogelijkheid het gebouw en de sfeer op je in te laten werken om vervolgens vanuit eigen ervaring invulling te geven aan het bezoek.

Zelf ervaarde ik dit in het Mausoleo delle Fosse Ardeatine in Rome (IT). Het monument is eerstens ontworpen net nadat de stad in 1944 was bevrijd en de oorlog nog gaande was. Toen al schreven jonge Italiaanse architecten zich in voor een ontwerpcompetitie waar een jaar later al een herdenkingsplek uit voortkwam. Het laat ook een nieuwe manier van kijken zien: dit monument eert burgerslachtoffers, terwijl het voor die tijd gebruikelijker was militaire slachtoffers te herdenken.

Daarnaast staat het monument direct op plek waar de verschikkingen plaatsvonden. Architect Guiseppe Perugini combineert beeldhouwwerk en architectuur tot een geheel waarbij het beeld een centraal element is in de compositie. Het gebouw zelf is niet monumentaal, juist niet. Perugini ontwierp het complex als een enorme steen die boven de graven van de ruim 300 geëxecuteerde burgers zweeft. Bij binnenkomst doe je een paar stappen naar beneden – dit is echt een transitiemoment – en dan zie je onderaan een oversized graftombe. Als bezoeker ervaar je direct de zwaarte en sacrale sfeer.

Bij mijn bezoeken aan Treblinka (PL) en Bergen-Belsen (DE) was ik ook ontdaan. Bergen-Belsen is vanuit een zelfde thematiek opgebouwd als Kamp Amersfoort: er is een duidelijke routing en sfeer. Mensen krijgen de tijd om de plek op zich in te laten werken zonder een veelheid aan indrukken. Zelf ben ik gefascineerd door projecten uit de jaren ’60: vaak betonnerige, brutalistische architectuur. Het beton geeft deze gebouwen een heavyness die aansluit bij de thematiek.

Hoe sluit je ontwerp voor Kamp Amersfoort aan op deze andere herinneringsplekken?

Als ontwerpteam (architect, interieurarchitect en landschapsarchitect) begonnen we met het idee van een heldere route. Tot vorig jaar hadden we bij Kamp Amersfoort vrijwel niets, alleen een paviljoen dat weinig connectie had met de gebeurtenissen uit het verleden en enkele historische overblijfselen zoals de originele muurschilderingen. Nu hebben we de oorspronkelijke toegangspoort hersteld en als zodanig in gebruik genomen. Hierdoor krijg je als bezoeker meer historische binding met de plek en valt alles op zijn plaats. 

Waar ben je het meest trots op?

Bij Kamp Amersfoort versterken landschap, architectonisch ontwerp en de tentoonstelling elkaar. Het is echt een geheel, geen verzameling losstaande elementen. Overal heerst een verstilde sfeer: je komt in een donkere ruimte binnen waar langzaam maar zeker de personalia opdoemen die de overgang van licht naar donker optimaal benutten. Wij kozen voor een beperking van tentoonstellingsmiddelen om meer impact te maken. Zo is er bijvoorbeeld een audiofragment bij een afscheidsbrief die een jonge man van 23 aan zijn geliefde schreef de dag voor zijn executie. We maken dit actueel en persoonlijk door de brief door een 23-jarige voor te laten lezen. Ik denk dat we hierin geslaagd zijn.

Mijn boek Architectuur en herinnering is in sommige opzichten net als elk ander project: ik ben blij als de eerste paal de grond in gaat en ook blij als het is opgeleverd. Ook ben ik tevreden omdat ik samenhang heb gecreëerd tussen de uiteenlopende plekken waardoor verdere studie mogelijk is. Dat verdient deze naoorlogse periode. Kijk maar naar de tijdlijn in mijn boek: in de jaren ‘40 en ‘50 is veel gedaan, dan is het een periode stil in de jaren ‘70, ‘80 en ‘90. Pas vanaf 2000 zie je dat er weer veel wordt gebouwd. Hoe dat komt is niet mijn vakgebied, maar de veranderingen in Oost Europa sinds 1990 spelen hier zeker een rol in. De aandacht is in de loop der jaren alleen maar toegenomen. Ik verwacht dat dit niet afneemt, juist omdat steeds meer plekken een koppeling aangaan met de actualiteit en omdat het voortschrijdend inzicht maakt dat narratieven steeds blijven veranderen. Net als dat het slachtoffer en daderperspectief permanent in beweging is. Dat zie je goed bij Kamp Amersfoort: ook al is de plek statisch, de invulling is steeds anders. Zo blijft de plek relevant voor iedere generatie. 

Boeken bestellen? Klik op onderstaande link!
- Architectuur en Herinnering, Naoorlogse Europese Herdenkingsplekken; uitgave nai010, 2020
- De betekenis van een plek, Nationaal Monument Kamp Amersfoort; uitgave nai010, 2021

Meer informatie: Jacques Prins